Tagarchief: Sonnet 81

Sonnet 81 – Shakespeare

Sonnets-Titelblatt_1609In dit een-en-tachtigste sonnet van de beroemdste dichter uit het Engelse taalgebied, William Shakespeare (1564-1616), vindt een grappige omkering plaats: de dichter zal worden vergeten, maar de aanbedene zal altijd voortleven, dankzij het vers dat u bezig bent te lezen.

In werkelijkheid is het uiteraard andersom: we kennen wel Shakespeare – enigszins althans – maar naar de naam van de aanbedene wordt al eeuwenlang gegist.

Het is een Shakespeare-sonnet, en het wijkt dus af van het Italiaanse sonnet in de traditie van Petrarca. Een Shakespeare-sonnet heeft de wending of volte na de twaalfde regel, direct dus voorafgaand aan de afsluitende slotregels die de pointe bevatten.

Het gedicht verscheen in 1609 in een bundel van 154 sonnetten.

Dit gedicht behoeft eigenlijk geen toelichting.

Vertaling:

Sonnet 81

Of ík leef nog, en zal jouw grafschrift schrijven,
Of jíj blijft hier, als ik voorgoed verdwijn.
Maar dan: jouw heugenis zal altijd blijven,
Van mij zal geen restant meer over zijn.

Jouw naam wacht roemrijk ‘t eind der tijden af,
De mijne vindt beslist vergetelheid.
De aarde biedt mij slechts een simpel graf,
Terwijl jij in ons hart wordt bijgezet.

Mijn teder vers is straks jouw monument,
Dat ongeschapen ogen ooit nog zullen lezen,
En door de tong van straks niet wordt miskend,
Als ieder die nu ademt dood zal wezen.

Jij leeft nog voort, door wat mijn pen vermocht;
Waar adem is, troon jij op ieders ademtocht.

Zojuist (25-1-2016) tot mijn afgrijzen ontdekt dat mijn twaalfde regel identiek is aan de twaalfde regel in de (mooie) vertaling van Arie van der Krogt.

Sonnet 81

Or I shall live your epitaph to make,
Or you survive when I in earth am rotten.
From hence your memory death cannot take,
Although in me each part will be forgotten.

Your name from hence immortal life shall have,
Though I, once gone, to all the world must die.
The earth can yield me but a common grave
When you entombèd in men’s eyes shall lie.

Your monument shall be my gentle verse,
Which eyes not yet created shall o’er-read,
And tongues to be your being shall rehearse
When all the breathers of this world are dead.

You still shall live – such virtue hath my pen –
Where breath most breathes, even in the mouths of men.