Tagarchief: Eins und alles

De ene en het al – Goethe

Johann Wolfgang von Goethe wordt beschouwd als de grootste dichter van het Duitse taalgebied. Hij heeft, naast epische en dramatische gedichten, tevens een groot aantal lyrische en filosofische gedichten geschreven. Het filosofisch-didactische Eins und Alles, ook hier en daar lyrisch van toon, roept in herinnering wat de dichter Geerten Gossaert ooit over gedichten opmerkte: poëzie is “door ontroering ritmisch geworden rede”.

Het gedicht is geënt op de gedachte van Heraklitus ‘Alles stroomt’, Panta rhei.

Zich meten met de wereldgeest is het leveren van scheppende arbeid.

In het gedicht Vermächtnis gebruikt Goethe soortgelijke gedachten, uiteraard met andere conclusies, want alles stroomt, nietwaar, en wat eenmaal is geschapen wacht dringend op herschepping.

Het is bijna niet voorstelbaar dat een Nederlander ooit een dergelijk gedicht zou hebben geschreven of zelfs maar had kunnen schrijven – uitgezonderd Willem Bilderdijk misschien (maar die kende geen maat in zijn vervoering), of Frederik van Eeden (maar die gaf er al gauw een schertsende draai aan).

Vertaling:

De ene en het al

De enkeling mag graag wegdeinen
In het grenzenloze, en verdwijnen:
Dan wijkt de sleur, de last, de pijn;
Want wilde hartstocht, hunkeringen,
Stringente eisen, zedelijke dingen –
’t Is zalig er vanaf te zijn.

Kom wereldziel, vervul ons met uw wezen!
Want met de wereldgeest zich kunnen meten,
Is wat het hoogste wakker roept en riep.
De beste geesten die zich daaraan wijden,
Weten het ware meesterschap te leiden
Naar dat wat alles schept en schiep.

Herscheppen wat reeds is geschapen,
Opdat het niet in starheid zal ontslapen,
Geeft eeuwige, vitale arbeidslust,
Want wat nooit was, zal nu ontspringen:
Een bonte aarde en pure hemelingen;
Niets of niemand krijgt ooit rust.

Alles moet zich roeren en zich reppen,
En sinds het vorm kreeg, zich herscheppen,
Stagnatie kan slechts schijnbaar zijn.
Het eeuwige verdeelt zich in ons allen:
Want alles zal tot Niets vervallen,
Als het zich vastklampt aan het Zijn.

Origineel:

Eins und alles

Im Grenzenlosen sich zu finden,
Wird gern der einzelne verschwinden,
Da löst sich aller Überdruß;
Statt heißem Wünschen, wildem Wollen,
Statt lästigem Fordern, strengem Sollen
Sich aufzugeben ist Genuß.

Weltseele, komm, uns zu durchdringen!
Dann mit dem Weltgeist selbst zu ringen,
Wird unsrer Kräfte Hochberuf.
Teilnehmend führen gute Geister,
Gelinde leitend höchste Meister
Zu dem, der alles schafft und schuf.

Und umzuschaffen das Geschaffne,
Damit sichs nicht zum Starren waffne,
Wirkt ewiges, lebendiges Tun.
Und was nicht war, nun will es werden
Zu reinen Sonnen, farbigen Erden;
In keinem Falle darf es ruhn.

Es soll sich regen, schaffend handeln,
Erst sich gestalten, dann verwandeln;
Nur scheinbar stehts Momente still.
Das Ewige regt sich fort in allen:
Denn alles muß in Nichts zerfallen,
Wenn es im Sein beharren will.

Advertenties