Maandelijks archief: februari 2018

MCMXIV (1914) – Philip Larkin

De dichter van MCMXIV – het jaartal 1914 – is Philip Larkin (1922-1985). De Engelsman Larkin was ook romanschrijver, bibliothecaris en jazz-criticus. Hij gebruikte vaak een natuurlijke spreektoon, was wars van uiterlijk vertoon en schreef complex gestructureerde verzen met een ironische, sceptische, soms pijnlijke, soms melancholieke inhoud.

De website van de Philip Larkin Society vind je hier, inclusief een beknopte biografie. De bekendste (ironische) regels van Larkin, de opening van het gedicht Annus Mirabilis – toevallig ook met een jaartal erin – luiden:

Sexual intercourse began
In nineteen sixty-three

Het gedicht is getiteld MCMXIV, 1914 in Romeinse getallennotatie. 1914 is het eerste jaar van de Eerste Wereldoorlog. Het gedicht werd gepubliceerd in The Whitsun Weddings, een gedichtenbundel met 32 gedichten die gepubliceerd werd in 1964.

Het gedicht telt vier strofen van acht regels, waarvan steeds de vierde en de achtste regel eindrijm kennen. De toon is kalm en bespiegelend, waarmee het aanstaande (maar ongenoemd blijvende) onheil tegelijk voelbaar wordt gemaakt en bezworen.

De eerste strofe van het gedicht beschrijft een zwart-witfoto uit 1914 met Britse jongemannen die gemobiliseerd waren voor WO-I, The Great War. Deze oorlog duurde van 1914 tot 1918, de gevechten vonden voor een deel plaats op Belgisch grondgebied, en er waren onvoorstelbaar veel doden van wie er tienduizenden nooit geïdentificeerd zijn. De gruwelijkheid van de naderende oorlog kun je niet aflezen aan de lachende gezichten op de foto.

In de volgende twee strofen wordt uitgezoomd en krijgen we een tijdsbeeld dat gekenmerkt wordt door sereniteit en overzichtelijkheid.

De slotstrofe eindigt met de constatering dat de tijd die direct voorafging aan WO-I een onschuld kende die nooit voorheen en nooit nadien heeft bestaan, en die ook nooit meer terug zal komen.

The Oval is een cricket-stadion in Zuid-Londen, de thuisbasis van Surrey County Cricket Club. Villa Park is een voetbalstadion in Aston, de thuisbasis van de voetbalclub Aston Villa.

In dit gedicht zijn The Oval en Villa Park veralgemeend tot “een cricket- of voetbalstadion”. De reden daarvoor is dat The Oval en Villa Park de Nederlandse poëzielezer waarschijnlijk weinig zullen zeggen. Nederlandse varianten – zoals Thialf of De Kuip – geven bovendien een onhistorische voorstelling van zaken: Nederland bleef immers in de Eerste Wereldoorlog neutraal.

Farthings en Sovereigns zijn oude Britse munteenheden die in vertaling vervangen zijn door duiten en gouden tientjes.

Domesday Lines is een verwijzing naar Domesday Book, een inventarisatie van het landbezit in Engeland en Wales. Het is een middeleeuws manuscript. De inventarisatie werd om fiscale redenen gedaan op initiatief van Willem de Veroveraar en kwam gereed in 1086. In de vertaling is gekozen voor “eeuwenoude kadasters” omdat een nederlandse lezer naar alle waarschijnlijkheid nog nooit van Domesday Book gehoord heeft, en omdat mij bovendien een werk van vergelijkbare strekking en renommée in ons taalgebied niet te binnen wil schieten. De associatie met ‘Doom’ die ‘Domesday’ geeft, kan ik in het Nederlands helaas niet reproduceren.

Ik meen dat begin twintigste eeuw wolgaren soms in blikjes werd verkocht. Als ik mij hierin vergis – ik heb geen goede documentatie gevonden – dan moet de vertaling op dit punt nog worden aangepast. Als zo’n blikje wolgaren wel bestaat, maar anders heet, is ook een aanpassing nodig.

Deze poëzievertaling is gemaakt op verzoek van dr. Henk-Jan Prosman, die binnenkort een vertaling hoopt te publiceren van Peter Hitchens, The Rage Against GodPeter Hitchens is een Engels schrijver en journalist. Hij is een Anglicaans christen met in politieke zin conservatieve opvattingen. Hij is de jongere broer van de militante atheïst Christopher Hitchens – één van The Four Horsemen – die in 2011 is overleden.

In Hitchens’s boek wordt het gedicht geciteerd op p.86-87.

PS – 9 mei 2018 – Naar aanleiding van een commentaar op Twitter waarin ik mijn verbazing uitsprak dat Prosman en Bart Jan Spruijt niet onomwondener en duidelijker  afstand namen van populistisch rechts, hebben beiden mij op Twitter geblokkeerd.

PS1 – 15 mei 2018 – De blokkering door Prosman is na een korte mailwisseling op 13/14 mei 2018 ongedaan gemaakt.

PS2 – 27 mei 2018 – N.a.v. een publicatie van Prosman over de Engelse anti-immigratie-activist Tommy Robinson, schreef ik een tweet (Twitter-bericht) waarin ik Prosman verweet weinig op te hebben met de rechtsstaat en in complotten te geloven. Daarop blokkeerde de radicaal-rechtse dominee me opnieuw.

MCMXIV

Deze lange rommelige rijen,
Wat staan ze daar geduldig
Alsof ze een lange keten vormen
Voor een cricket- of voetbalstadion,
De hoeden als kronen, de zon
Op besnorde archaïsche koppen
Lachend alsof er een luchtig
Vakantie-uitje begon;

En de geblindeerde winkels, verbleekte
Bekende namen op zonweringen,
De duiten en gouden tientjes,
De spelende jeugd, in stemmig gewaad,
Vernoemd naar vorsten en vorstinnen,
De advertenties op blikken
Voor cacao en wolgaren, een kroeg
Die altijd open staat;

En het zorgeloze platteland:
De plaatsnamen geheel omsluierd
Met bloeiende grassen, en akkers
Vol tarwe die in de deinende stilte
Zich voegen naar eeuwenoude kadasters;
De anders-geklede bedienden
Met kleine kamers in enorme huizen,
Het stof achter limousines;

Nooit zag je zulke onschuld,
Nooit eerder, nooit later,
Alsof deze zwijgend aan zichzelf
Voorbijging – de mannen die vlug
Hun nette tuintjes achterlieten,
De duizenden huwelijken,
Die het nog wel eventjes volhielden:
Nooit keert deze onschuld terug.

Origineel:

MCMXIV

Those long uneven lines
Standing as patiently
As if they were stretched outside
The Oval or Villa Park,
The crowns of hats, the sun
On moustached archaic faces
Grinning as if it were all
An August Bank Holiday lark;

And the shut shops, the bleached
Established names on the sunblinds,
The farthings and sovereigns,
And dark-clothed children at play
Called after kings and queens,
The tin advertisements
For cocoa and twist, and the pubs
Wide open all day;

And the countryside not caring:
The place-names all hazed over
With flowering grasses, and fields
Shadowing Domesday lines
Under wheat’s restless silence;
The differently-dressed servants
With tiny rooms in huge houses,
The dust behind limousines;

Never such innocence,
Never before or since,
As changed itself to past
Without a word – the men
Leaving the gardens tidy,
The thousands of marriages,
Lasting a little while longer:
Never such innocence again.

 

Advertenties

Bij het passeren van de nieuwe Menenpoort – Siegfried Sassoon

Dit gedicht werd geschreven in 1927 door Siegfried Sassoon (1876-1967), een dag na de officiële opening van de Menenpoort, en werd gepubliceerd in 1928.

De Menenpoort is de Nederlandse naam voor Menin Gate. Het is een herdenkingsmonument in Ieper voor de anoniem gevallen soldaten van het Verenigd Koninkrijk en de Commonwealth die vochten in de Eerste Wereldoorlog en wier graf onbekend gebleven is.

Sassoon schreef veel anti-oorlogslyriek. Het gedicht is een harde afwijzing van de Eerste Wereldoorlog en van de manier waarop WO-I herdacht wordt. Een goede vriend van Sassoon, Gordon Harbord, was gesneuveld bij Ieper. De dichter noemde zelf het gedicht zijn “final word on the 1914 War”. (Bron: Jean Moorcroft Wilson, Siegfried Sassoon. The Journey from the Trenches: a Biography (1918-1967), Gerald Duckworth/Routledge: 2003, p.186)

Menin Gate - Their Name Liveth for Evermore

Their Name Liveth For Evermore

De bittere zin over de leugen die in de poort gebeiteld staat, heeft in letterlijke zin betrekking op het feit dat de herdachte doden naamloos zijn, maar dat de poort zegt dat hun namen voor altijd zullen voortleven. Overdrachtelijk wordt uiteraard de leugen benoemd die is gelegen in het romantiseren van gruwelijke oorlogen.

Ieperboog is de Nederlandse naam voor de Yper Salient – het grote loopgravenstelsel bij Ieper, een uitstulping van de frontlinie in vijandelijk gebied, waarover het gedicht gaat en waar zich ook de Menenpoort bevindt.

Deze vertaling is gemaakt op verzoek van dr. Henk-Jan Prosman, die binnenkort een vertaling hoopt te publiceren van Peter Hitchens‘ boek The Rage Against God. Peter Hitchens, is een Engels schrijver en journalist. Hij is een Anglicaans christen met in politieke zin conservatieve opvattingen. Hij is de jongere broer van de militante atheïst Christopher Hitchens – één van The Four Horsemen – die in 2011 is overleden.

In Hitchens’ boek wordt het gedicht geciteerd op p.51.

Het gedicht is een sonnet in de Engelse traditie, met twee rijmende slotregels (zoals ook bij Shakespeare). De versregels bestaan hoofdzakelijk uit jambische vijfvoeten, soms met trocheïsche opmaat, met uitzondering van de regels 10 en 11.

Ik heb de jambe gehandhaafd, maar het aantal versvoeten vaak wat uitgebreid. Het Nederlands is kwistiger met lettergrepen dan het Engels, en het doel van de vertaling is in dit geval ook dat deze kan dienen als bijdrage aan de vertaling van het boek. De betekenis moest daarom in mijn ogen voldoende getrouw worden overgebracht.

De tekst op de Menenpoort – Their Name Liveth For Evermore – is volgens The Penguin Book of First World War Poetry een citaat uit Jezus Sirach (Engels: Ecclesiasticus), hfdst. 44:15 (of 44:14). Rudyard Kipling heeft het uitgekozen.

PS – 9 mei 2018 – Naar aanleiding van een commentaar op Twitter waarin ik mijn verbazing uitsprak dat Prosman en Bart Jan Spruijt niet onomwondener en duidelijker  afstand namen van populistisch rechts, hebben beiden mij op Twitter geblokkeerd.

PS1 – 15 mei 2018 – De blokkering door Prosman is na een korte mailwisseling op 13/14 mei 2018 ongedaan gemaakt.

PS2 – 27 mei 2018 – N.a.v. een publicatie van Prosman over de Engelse anti-immigratie-activist Tommy Robinson, schreef ik een tweet (Twitter-bericht) waarin ik Prosman verweet weinig op te hebben met de rechtsstaat en in complotten te geloven. Daarop blokkeerde de radicaal-rechtse dominee me opnieuw.

 

Vertaling:

Bij het passeren van de nieuwe Menenpoort

Wie kent nog, als hij deze Poort passeert,
De aan de kogels roemloos prijsgegeven Doden?
Wie brengt er in hun smerig lot een keer, –
Dienstplichtigen, tot oneer en tot doem ontboden?

Grof opknapwerk houdt nu de Ieperboog bijeen.
Het loon voor al zijn grauwe strijders: praal en pronk;
Het loon: een stapel zelfvoldane-vredessteen
Voor een armee die in dit rampmoeras verzonk.

Hier was ‘s werelds wreedste wond. En innig tevreden
Meldt de Poort: ‘Hun naam zal thans voor altoos leven’.
Werd ooit een leugen over offers zo brutaal beleden
Als over deze namen die onduldbaar naamloos bleven?

Straks staan misschien de Doden op die sloofden in het slijk
En zetten deze misdaadtombe dan beslist te kijk.

Origineel

On Passing the New Menin Gate

Who will remember, passing through this Gate,
The unheroic Dead who fed the guns?
Who shall absolve the foulness of their fate, –
Those doomed, conscripted, unvictorious ones?

Crudely renewed, the Salient holds its own.
Paid are its dim defenders by this pomp;
Paid, with a pile of peace-complacent stone,
The armies who endured that sullen swamp.

Here was the world’s worst wound. And here with pride
‘Their name liveth for evermore’ the Gateway claims.
Was ever an immolation so belied
As these intolerably nameless names?

Well might the Dead who struggled in the slime
Rise and deride this sepulchre of crime.

De waarheid van de doden – Anne Sexton

Gisteravond, 31 januari 2018, was in Theater De Boerderij in Huizen de prijsuitreiking van de poëzie-vertaalwedstrijd die werd georganiseerd door de Stichting Kunst en Cultuur Huizen en de Bibliotheek Huizen-Laren-Blaricum. Ik won de derde prijs.

Het te vertalen gedicht was van de Amerikaanse dichter Anne Sexton (1928-1974) en heeft als titel: The Truth the Dead Know. Het gedicht was opgedragen ter nagedachtenis aan haar ouders die in 1959 kort na elkaar waren overleden. In het gedicht komt de maand ‘juni’ voor, wat de maand is waarin haar vader overleed, ruim drie maanden na de dood van haar moeder.

Certificaat Vertaalwedstrijd Huizen 2018

Certificaat derde prijs

Anne Sexton wordt gerekend tot de schrijvers van Confessional Poetry, samen met Robert Lowell, Sylvia Plath, John Berryman, Allen Ginsberg, and W. D. Snodgrass.

In deze opname leest Sexton zelf haar gedicht voor. Ze klinkt alsof ze een glaasje te veel op heeft, een indruk die kennelijk door anderen gedeeld wordt: Maartje van Weegen, die de avond presenteerde, bracht het ook ter sprake.

Prijsuitreiking Vertaalwedstrijd Huizen 2018

V.l.n.r.: Wim Dashorst (winnaar), Willibrord Ruigrok (tweede), Joan de Zwart-Bloch (burg. Blaricum), ondergetekende

Het was een onderhoudende avond waarin een poëzie- en muziekquiz werd gehouden (ik had maar drie van de tien vragen goed), een Huizense cultuurprijs werd uitgereikt, en waar de muziek werd verzorgd – heel mooi – door de zangeres Lizzy Ossevoort en de pianist Stefan Bos.

De prijzen voor de vertaalwedstrijd werden uitgereikt door Mevr. Joan de Zwart-Bloch, burgemeester van Blaricum.

De eerste prijs werd gewonnen door Wim Dashorst, de man die de prijs ook vorig jaar had gewonnen. De vertalingen van alle prijswinnaars en het juryrapport kunt u hier nalezen.

De passage in het juryrapport die op mijn vertaling betrekking heeft, luidt:

Deze inzender dankt zijn prijs aan de compacte stijl, goed lopende en ritmisch verantwoorde regels die op een natuurlijke manier rijmen (d.w.z. zonder rijmdwang).

Vertaling:

De waarheid van de doden

Voor mijn moeder (geboren mrt. 1902 – overleden mrt. 1959)
en mijn vader (geboren febr. 1900 – overleden juni 1959)

Klaar, zeg ik, en ‘k loop de kerk uit;
de stijve grafprocessie weiger ik te gaan,
de dodenkoets wordt toch wel uitgeluid.
Het is juni – Alle moed is mij vergaan.

We rijden naar de Kaap. Ik herschik
mezelf, terwijl de zon uitgutst op het strand,
de zee aanrolt als een ijzeren poort, en ik
jouw hand voel. Sterven doen ze in een ander land.

Lieveling, de wind jaagt ons op als stenen
door schuimkoppig water, en als ik je tegen
mij aan voel, is ons voelen één. Niemand is alleen, en
voor dit, voor zoiets, zou je een moord plegen.

En de doden dan? Ze varen ongeschoeid in hun kist,
als stenen; zelfs als de zee ophield met bewegen,
zouden zij versteender zijn. Ze weigeren beslist –
keel, oog en vingerkoot – alle heil en zegen.

Origineel:

The Truth the Dead Know

For my Mother, born March 1902, died March 1959
and my Father, born February 1900, died June 1959

Gone, I say and walk from church,
refusing the stiff procession to the grave,
letting the dead ride alone in the hearse.
It is June. I am tired of being brave.

We drive to the Cape. I cultivate
myself where the sun gutters from the sky,
where the sea swings in like an iron gate
and we touch. In another country people die.

My darling, the wind falls in like stones
from the whitehearted water and when we touch
we enter touch entirely. No one’s alone.
Men kill for this, or for as much.

And what of the dead? They lie without shoes
in their stone boats. They are more like stone
than the sea would be if it stopped. They refuse
to be blessed, throat, eye and knucklebone.