Maandelijks archief: januari 2017

Gun me een jongemannendood – Roger McGough

1102_untitled_001

Fotograaf: Will Wilkinson

Roger McGough (1937, Litherland, Lancashire, Engeland) is een nu bijna tachtigjarige Engelse dichter, televisiemaker en kinderboekenschrijver. Hij hoort bij de Liverpool poets, heeft samengewerkt met The Beatles, gaf mede vorm aan de beatcultuur van de jaren zestig. Hij presenteert het programma Poetry Please, op BBC Radio 4.

Het maken van een vertaling van McGoughs gedicht Let Me Die A Youngman’s Death was de opdracht van een vertaalwedstrijd die werd georganiseerd door Stichting Kunst en Cultuur Huizen in samenwerking met de plaatselijke bibliotheek. De prijsuitreiking vond plaats op 25 januari 2017 met Maartje van Weegen als presentatrice en een onderhoudend programma dat werd afgesloten met mooie muziek, uitgevoerd door het Staffa Trio. Het winnende gedicht kunt u hier nalezen.

(Ik had ook vorig jaar meegedaan. Zie mijn blogbericht Het pad dat ik niet nam – Robert Frost.)

Onderstaande vertaling was mijn inzending. Deze is niet in de prijzen gevallen. Wel had de jury in mijn vertaling een domme spelfout ontdekt (ik … wordt), waarvoor dank, een fout die ik uiteraard verbeterd heb. Ik heb nog twee andere wijzigingen ten opzichte van mijn inzending aangebracht: (i) titel en de openingsregel heb ik gewijzigd in Gun me een jongemannendood. Mijn inzending had Gun me een ferme-jongensdood om reden dat het Engelse youngman een ongebruikelijke, enigszins archaïsche schrijfwijze is van young man, en het gedicht ook een homo-erotische suggestie bevat: angst voor gerommel met de zoon van de maîtresse. Bij nader inzien klinkt ‘ferme-jongensdood’ me wat al te oubollig in de oren: ferme jongens, stoere knapen; (ii) ik heb het woord ‘onophoudelijke’ vervangen door ‘immer’ omwille van de beknoptheid.

Het thema van de Poëzieweek (26-01-2017 tot 3-02-2017) is ‘humor’. McGoughs gedicht was gekozen omdat het humoristisch zou zijn. De veronderstelde humor schuilt o.a. in de woordgrappen: ‘a constant good tumour’ – stralende tumor i.p.v. stralend humeur; gangsters die je bij de kapper ‘a short back and insides’ geven – ‘a short back and sides’ is een kapsel met achterhoofd en boven de oren kaalgeschoren, en ‘insides’ is je inwendige. De humor schuilt tevens in de beschrijving van het verlangen om een spectaculaire en avontuurlijke dood te sterven, terwijl het gedicht er ondertussen gewoon van uit gaat dat de hoofdpersoon ten minste 104 jaar oud wordt. Gruwelijke ongelukken en moordscènes worden voorgesteld als een aantrekkelijk levenseinde. Een vredige dood – iets wat de meeste mensen hopen te bereiken – wordt beschreven als iets wat je beter niet kunt hebben. Alles wordt in betrekkelijk gewone woorden verteld, al is de toon hier en daar bijna lyrisch, wat grappig contrasteert met de inhoudelijke bravoure.

Ik vind het gedicht desondanks niet bijzonder humoristisch. Het getuigt naar mijn smaak meer van een Jan Cremer-achtige jongemannenbranie dan van humor, al heeft McGough wel wat meer zelfrelativering dan Ik-Jan.

De vorm van het gedicht is vrij, regellengte varieert, interpunctie ontbreekt. Het gedicht kent hier en daar alliteratie en gebruikt alleen eindrijm aan het begin en het eind bij de obstinate herhaling van het woord dood (rime riche). De slotstrofe is een echo van de openingsstrofe. Het gedicht heeft vaart, mede door het ontbreken van leestekens.

The Cavern is een nachtclub in Liverpool die in de jaren zestig beroemd werd als de ‘poptempel’ waarin The Beatles debuteerden. Hier kunt u een YouTube-filmpje bekijken waarin de Beatles optreden in The Cavern (The Beatles Live At The Cavern Club, Liverpool, UK, woensdag 22 augustus 1962).

mersey-sound

Originele omslag van The Mersey Sound

Het gedicht werd gepubliceerd in de bundel The Mersey Sound (medeauteurs: Adrian Henri en Brian Patten), Harmondsworth: Penguin 1967.

In 2012 publiceerde McGough een parodie op het onderhavige gedicht onder de titel Not For Me A Youngman’s Death.

Vertaling:

Gun me een jongemannendood

Gun me een jongemannendood
geen nette en tussen witte
lakens liggende wijwater-dood
geen beroemde-laatste-woorden
vredig naar adem happende dood

Ik hoop op m’n 73e
en met een immer stralende tumor
’s morgens vroeg te worden neergemaaid
door een felrode sportwagen
op weg naar huis
na een hele nacht doorzakken

Of dat ik op m’n 91e
met haren van zilver
in een kappersstoel zal zitten
en door binnenstormende boze gangsters
met bombastische repeteergeweren
aan flarden word geknipt en geschoren

Of dat ik op m’n 104e
en zojuist uit The Cavern gezet
door m’n maîtresse word
betrapt met haar dochter in bed
en dat ze bezorgd om haar zoon
mij in kleine stukjes hakt
en alle stukjes weggooit op eentje na

Gun me een jongemannendood
geen zondeloze stilletjes
in kaarsvet wiegende en kwijnende dood
geen dichte gordijnen door engelen gedragen
‘mooie manier om dood te gaan’-dood

Origineel:

Let Me Die A Youngman’s Death

Let me die a youngman’s death
not a clean and inbetween
the sheets holywater death
not a famous-last-words
peaceful out of breath death

When I’m 73
and in constant good tumour
may I be mown down at dawn
by a bright red sports car
on my way home
from an allnight party

Or when I’m 91
with silver hair
and sitting in a barber’s chair
may rival gangsters
with hamfisted tommyguns burst in
and give me a short back and insides

Or when I’m 104
and banned from the Cavern
may my mistress
catching me in bed with her daughter
and fearing for her son
cut me up into little pieces
and throw away every piece but one

Let me die a youngman’s death
not a free from sin tiptoe in
candle wax and waning death
not a curtains drawn by angels borne
‘what a nice way to go’ death

Advertenties

Wie het meeste liefheeft – W.H. Auden

De Engelse dichter Wystan Hugh Auden is in mijn ogen een van de grootste dichters van de twintigste eeuw.

Het gedicht The More Loving One is een beroemd gedicht dat Auden schreef in 1957, en dat werd gepubliceerd in de bundel Homage to Clio. Het is een kenmerkend gedicht omdat het tegelijkertijd ontroert en spot met zichzelf.

Het onderwerp is universeel – iedereen kent het: ‘onbeantwoorde liefde’, en het gedicht werkt een centrale metafoor uit van begin tot eind: sterren die je wel kunt liefhebben, maar die jou nooit zullen liefhebben.

De zelfspot wordt uitgedrukt doordat een sterretje meer of minder kennelijk onverschillig is voor de vurige sterrenminnaar.

Het laatste kwatrijn gaat in op het verdwijnen van het voorwerp van de liefde. Er wordt niet alleen berust, de lof van de afwezige sterren – het sublieme – wordt zelfs bezongen, maar gemakkelijk zal het niet gaan.

Auden had een relatie met Chester Kallman, dichter, librettist en vertaler, een relatie die niet in alle opzichten bevredigend en gelijkwaardig was. Dit gedicht wordt ten slotte ook wel eens geïnterpreteerd in religieuze zin: er zit niks anders op voor de sterfelijke mens dan te houden van een verre God van wiens liefde we niet altijd even veel merken.

Het gedicht bestaat uit vier kwatrijnen met een strak rijmschema: aabb.

[Werk in uitvoering]

Vertaling:

Wie het meeste liefheeft

Als ik kijk naar de sterren, weet ik zeer goed
Dat mijn bestaan er voor hen niet toe doet.
Maar onverschilligheid is ‘t minste kwaad;
We moeten vrezen wie ons naar het leven staat.

Stel dat een ster voor ons stond te laaien,
Zonder dat we ooit terug konden zwaaien?
Als je op wederliefde niet kunt bouwen,
Maak mijn liefde groter dan de jouwe.

Al blijf ik luid mijn lofzang kwelen
Op sterren die ’t geen reet kan schelen,
Ik kan niet zeggen, nu ‘k ze zie,
Dat er één mist, zo een twee drie.

Als al die sterren sterven of verzwinden,
Zal ik de duisternis subliem gaan vinden,
En naar een lege hemel leren turen,
Maar dat zal wel een tijdje duren.

Origineel:

The More Loving One

Looking up at the stars, I know quite well
That, for all they care, I can go to hell,
But on earth indifference is the least
We have to dread from man or beast.

How should we like it were stars to burn
With a passion for us we could not return?
If equal affection cannot be,
Let the more loving one be me.

Admirer as I think I am
Of stars that do not give a damn,
I cannot, now I see them, say
I missed one terribly all day.

Were all stars to disappear or die,
I should learn to look at an empty sky
And feel its total dark sublime,
Though this might take me a little time.