Het schild van Achilles – W.H. Auden

 

Angelo_monticelli_shield-of-achilles

Een interpretatie van het Schild van Achilles zoals beschreven in Boek 18 van de Ilias, door Angelo Monticelli (1778-1837) (Wikimedia Commons)

Hier kunt u de tekst van het gedicht van W.H. Auden vinden waarvan hierna een vertaling volgt.

Hier kunt u luisteren naar Auden die het gedicht voordraagt.

 

 

 

 

 

 

Het schild van Achilles

Ze zocht over zijn schouder
Naar wijnstok en olijfgaard,
Welvarende steden van marmer,
En schepen op woeste zeeën;
Maar op het blinkend metaal
Had zijn hand, integendeel,
Een welbewuste wildernis
En een lucht van lood geschapen.

Een ononderbroken vlakte, bruin en kaal,
Geen sprietje gras, geen spoor van nabuurschap,
Niks om te eten en nergens kunnen zitten;
Toch, in die ijlte verzameld, stond daar
Een onbegrijpelijke heirschaar,
Miljoenen ogen, miljoenen laarzen in ’t gelid
Roerloos te wachten op een gebod.

Uit de lucht klonk een stem zonder gezicht
Die het recht van het doel statistisch bewees
Op een toon zo droog en vlak als de streek.
Niemand was blij, niks werd besproken;
Rij na rij, in een wolk van stof,
Marcheerden zij heen, een geloof meedragend,
Welks logica hen elders deed rouwen en klagen.

Ze zocht over zijn schouder
Naar rituele vroomheid,
Witte bloembekransde vaarzen,
Plengoffers en zoenoffers;
Maar daar op het blinkend metaal,
Waar het altaar moest zijn,
Zag zij, bij zijn flakkerend smidslicht,
Een heel ander tableau.

Prikkeldraad omsloot een arbitrair terrein.
Geüniformeerden hingen rond (een maakte een grap),
En wachters zweetten – het was heet die dag;
Een menigte normale, nette lui
Keek van buiten toe, en geen bewoog of sprak,
Toen drie bleke figuren werden voorgeleid en vastgebonden
Aan de drie palen die er klaar voor stonden.

Alles, de massa en majesteit van deze wereld,
Al wat gewicht heeft en altijd hetzelfde weegt,
Lag in de hand van derden; zij waren klein
En hulpeloos; er kwam geen hulp:
Wat de vijand beraamde gebeurde, hun schande
Kon niet erger zijn; zij verloren hun eer
En stierven als mens nog voor hun lichaam stierf.

Ze zocht over zijn schouder
Naar sportende atleten,
Dansende mannen en vrouwen
Die hun soepele ledematen bewogen
Snel, snel op de muziek;
Maar daar op het blinkend metaal,
Had zijn hand geen dansvloer gevormd,
Maar een door onkruid verstikt veld.

Een haveloos schoffie, doelloos en alleen,
Hing rond in die verlatenheid; een vogel
Vloog op om te vluchten voor zijn welgemikte steen;
Meisjes die worden verkracht, jongens die iemand neersteken,
Waren axioma’s voor hem, die nooit had gehoord
Van een wereld waar men zich aan beloften hield,
Of waar je huilen kon omdat een ander huilde.

De wapensmid, Hephaestos, strompelde heen
Met samengeperste lippen,
Thetis, met haar stralende borsten,
Schreeuwde ontsteld
Om wat de god had gesmeed
Om haar zoon te behagen,
Achilles, de ijzerhart en overwinnaar,
Die niet lang meer zou leven.

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s