Sonnet 127 – Shakespeare

Dedication page from The Sonnets

Opdracht in The Sonnets

Op Wikipedia heb ik (onder het pseudoniem Theobald Tiger) op 6 maart 2014 een vertaling van Shakespeare’s ‘Sonnet 127′ gepubliceerd.

Vertaling (zie ook deze overlegpagina):

Sonnet 127

Eertijds gold zwart niet als mooi of voornaam,
En als het zo was, werd het niet zo genoemd.
Maar nu is zwart toch schoonheids erfgenaam,
En wordt goudblonde schoonheid als bastaard verdoemd.

Want sinds de mens de natuur heeft gebreideld,
Wanstaltigheid schiep, namaak die doorgaat voor echt,
Wordt de schoonheid ontwijd, haar streven verijdeld,
Haar lustoord onteerd, haar bestaansrecht ontzegd.

De ogen van mijn lief zijn zwart, godlof!
Haar zwarte wenkbrauwen tonen haar pijn
Om al wat niet mooi is, maar toch doet alsof,
De schepping schofferend met valsheid en schijn.

Maar ieder zal zeggen, hoezeer ze ook klagen,
Wat schoonheid is, hoef je nooit meer te vragen.

Origineel:

Sonnet 127

In the old age black was not counted fair,
Or if it were, it bore not beauty’s name;
But now is black beauty’s successive heir,
And beauty slandered with a bastard shame:
For since each hand hath put on nature’s power,
Fairing the foul with art’s false borrowed face,
Sweet beauty hath no name, no holy bower,
But is profaned, if not lives in disgrace.
Therefore my mistress’ eyes are raven-black,
Her brow so suited, and they mourners seem
At such who, not born fair, no beauty lack,
Sland’ring creation with a false esteem.

Yet so they mourn, becoming of their woe,
That every tongue says beauty should look so.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s